De zaak betrof een werknemer die voor onbepaalde tijd in dienst was bij werkgever. Op 10 augustus 2008 werd deze werknemer 65 jaar. In de arbeidsovereenkomst was niets bepaald over het eindigen van het dienstverband bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd en er was ook geen CAO van toepassing. Werkgever en werknemer hebben wel met elkaar gesproken over eventuele voortzetting van de arbeidsovereenkomst nadat werknemer 65 zou zijn geworden, maar partijen konden het niet eens worden over de voorwaarden. Werkgever had hiervoor wel met enkele andere werknemers de arbeidsovereenkomst voortgezet nadat zij 65 jaar waren geworden.
De kantonrechter overweegt dat er geen wettelijke regel is die bepaalt dat de arbeidsovereenkomst bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd eindigt. Voorzover er in het verleden gesproken zou kunnen worden van gewoonterecht inhoudende dat een arbeidsovereenkomst bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd eindigt, is een dergelijk gewoonterecht thans niet meer van deze tijd. De kantonrechter verwijst hier naar de discussie over een eventuele verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd en naar de maatschappelijke ontwikkelingen van de laatste jaren, waarbij stoppen met werken met 65 jaar niet meer vanzelfsprekend is.
In verband met deze uitspraak en met verwijzing naar de door de kantonrechter aangehaalde maatschappelijke ontwikkelingen, is het voor werkgevers aan te bevelen om een ontslagaanvraag in te dienen bij UWV WERKBedrijf om de arbeidsovereenkomst met een werknemer die 65 wordt (formeel) op te kunnen zeggen. Het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd wordt in beginsel als een voldoende grond gezien om een ontslagvergunning af te geven.
Link naar de uitspraak van de kantonrechter te Delft: LJN: BI2450,Sector kanton Rechtbank 's-Gravenhage , 08/10027
< vorige terug volgende >







