Deze instemming betekent dat de overeenkomsten die in de toekomst zullen worden gesloten tussen bestuurders en beursvennootschappen niet meer als arbeidsovereenkomst kunnen worden aangemerkt.
De achtergrond hiervan is dat de Tweede Kamer het idee heeft dat dan bestuurders zich via hun arbeidsovereenkomst niet langer kunnen onttrekken aan de ‘Code-Tabaksblat’ waarin - onder andere - is bepaald dat bestuurders bij ontslag in de regel maximaal één jaarsalaris als vergoeding kunnen meekrijgen. Het is echter maar de vraag of het idee van de Tweede Kamer ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Doordat de overeenkomsten tussen bestuurders en beursvennootschappen niet meer vallen binnen het kader van de civiele arbeidsovereenkomst, zijn beide partijen namelijk veel vrijer in hetgeen zij kunnen overeenkomen omdat de (management)overeenkomst dan namelijk meer een ‘Business to Business’ relatie in zich draagt. Waarschijnlijk zal de wetswijziging dan ook resulteren in het opnemen van allerhande regelingen bij vrijwillig en onvrijwillig ontslag in de managementovereenkomst. Voor de (bestuurders)aansprakelijkheid verandert er door de wetswijziging niets.
De wetswijziging heeft ook tot gevolg dat allerlei andere arbeidsvoorwaarden (vakantie, loonbetaling bij ziekte, pensioen e.d.) niet langer door het arbeidsrecht worden beheerst en apart zullen moeten worden overeengekomen in een (management)overeenkomst.
Voor alle bestuurders gaat tevens gelden dat zij niet meer dan twee commissariaten bij andere ondernemingen of stichtingen mogen hebben. Commissarissen mogen maximaal vijf toezichthoudende functies bekleden, waarbij een voorzitterschap dubbel telt. Deze normen zijn al vermeld in de Code-Tabaksblat, maar gelden thans alleen voor beursgenoteerde bedrijven. Het toepassingsbereik wordt derhalve door de wetswijziging uitgebreid naar alle bedrijven.
Wanneer de wetswijziging in werking treedt is nog niet bekend.
Bron: Tweede Kamer, vergaderjaar 2009-2010, 31 763, nr. 10
< vorige terug volgende >







