Zoeken
Pallas Advocaten is preferred supplier van:
MKB Amsterdam
      ExpatCenter Amsterdam

Pallas Advocaten publiceert op:
Volkskrant Banen
Geen kantonrechtersformule bij kennelijk onredelijk ontslag
De Hoge Raad heeft zich op 27 november 2009 uitgesproken over de te hanteren maatstaf bij de bepaling van de vergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag.

Zie voor de integrale uitspraak van de Hoge Raad: LJN BJ6596.

De rechter kan aan de werkgever de verplichting opleggen om ter zake de beëindiging van de arbeidsovereenkomst een vergoeding aan de werknemer te betalen. Vaak gebeurt dit bij de ontbinding van de arbeidsrechter door de kantonrechter. In ontbindingsprocedures hanteren de kantonrechters de zogenoemde Kantonrechtersformule (AxBxC) als uitgangspunt voor de berekening van die vergoeding. Een andere mogelijkheid is dat de werknemer na een hem gegeven ontslag door de werkgever een procedure aanspant omdat hij/zij meent dat sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag. Of een ontslag kennelijk onredelijk is, hangt af van de omstandigheden. Een ontslag is kennelijk onredelijk indien de gevolgen voor de werknemer te ernstig zijn in vergelijking met het belang van de werkgever bij opzegging. In deze zaak heeft het gerechtshof ’s-Gravenhage op 2 december 2008 geoordeeld dat het ontslag door de werkgever kennelijk onredelijk was en een vergoeding vastgesteld conform de Kantonrechtersformule x 70% (Zie LJN  BH2842).

De uitspraak van de Hoge Raad
De Hoge Raad stelt voorop dat pas dan van een vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag sprake kan zijn als eerst – aan de hand van alle omstandigheden van het geval – is vastgesteld dat het ontslag kennelijk onredelijk is. Het enkele feit dat de werkgever geen vergoeding heeft aangeboden, maakt een ontslag nog niet kennelijk onredelijk.

Volgens de Hoge Raad kan bij vergoedingen wegens kennelijk onredelijk ontslag de kantonrechtersformule niet worden toegepast.

Een vergoeding op grond van kennelijk onredelijk ontslag heeft een ander karakter dan een vergoeding die de kantonrechter kan toekennen bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De vergoeding bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst is een vergoeding naar billijkheid, maar de vergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag is een vergoeding wegens daadwerkelijk geleden schade die verband houdt met de aard en de ernst van het tekortschieten van de werkgever. Of sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag moet door de rechter worden bepaald in een procedure waarin ook het bewijsrecht geldt, en de schade moet volgens de daarvoor geldende regels worden begroot. De rechter moet bij kennelijk onredelijk ontslag dus oordelen naar de omstandigheden van het geval en zijn beslissing naar behoren motiveren. Daarbij past een algemene kantonrechtersformule niet. Ook toepassing van een generieke korting, zoals toegepast door het gerechtshof ’s-Gravenhage verdraagt zich daarmee niet.

De Hoge Raad heeft de uitspraak van het gerechtshof ’s-Gravenhage vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof Amsterdam. Het gerechtshof Amsterdam moet de zaak opnieuw behandelen met inachtname van deze uitspraak van de Hoge Raad.

 Overigens hanteren de gerechtshoven Amsterdam, ’s-Hertogenbosch en Leeuwarden (als nevenzittingsplaats van Arnhem) sinds 7 juli 2009 de zogenoemde XYZ-formule (zie LJN BJ1644, LJN BJ1648, LJN BJ1710, LJN BJ1713, LJN BJ1716 en LJN BJ1688). Tegen een van de uitspraken waarin dit is gedaan, loopt thans cassatieberoep dat op korte termijn zal worden behandeld. Gelet op het bovenstaande is het duidelijk dat de XYZ-formule de toets van de Hoge Raad niet zal doorstaan.



< vorige terug volgende >
PALLAS ADVOCATEN  |  KINGSFORDWEG 151 (Teleport Towers)  |  1043 GR AMSTERDAM  |  TEL. 020 491 93 61  |  FAX. 020 491 90 90  |  INFO@PALLASADVOCATEN.NL  |  Colofon  |  Sitemap