De kantonrechter Utrecht heeft onlangs geoordeeld dat aan een werkneemster een ontslagvergoeding toekomt gebaseerd op de oude kantonrechtersformule, ondanks het feit dat het ontbindingsverzoek na 1 januari 2009 is ingediend. De kantonrechter oordeelt dat uit de stukken blijkt dat al in juni 2008 aan de orde is gesteld dat er bezwaren waren tegen het functioneren van werkneemster en dat in elk geval in oktober 2008 al gesproken is over beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De concept vaststellingsovereenkomst dateert van november 2008; partijen zijn evenwel niet aan het tekenen van deze overeenkomst toegekomen. De rechter ziet daarin evenwel reden om de oude kantonrechtersformule toe te passen.
Eerder heeft ook de kantonrechter Deventer geoordeeld dat voor de berekening de ontslagvergoeding de “oude” kantonrechtersformule (zoals die vóór 1 januari 2009 luidde) moest worden toegepast. Deze kantonrechter heeft daartoe overwogen dat in dit geval een overeenkomst die eind 2007/begin 2008 tussen partijen gesloten is, diende te worden beschouwd als een afspraak in het kader van de voorgenomen beëindiging van hun dienstverband.
Indien een ontslag in 2009 enige oorsprong heeft voor 1 januari 2009, dienen zowel werkgever, als werknemer erop bedacht te zijn dat in sommige gevallen kantonrechters teruggrijpen naar de “oude” kantonrechtersformule, die voor werkgevers duurder uitvalt.
< vorige terug volgende >







