Bij het geven van een ‘ontslag op staande voet’ is een werkgever verplicht om met de nodige voortvarendheid te handelen en het ontslag ‘onverwijld’ te geven. Met andere woorden: een te laat gegeven ontslag op staande voet valt niet te handhaven.
Dit betekent echter niet dat de werkgever geen tijd mag nemen om onderzoek te (laten) doen naar de handelwijze van de werknemer. Op deze wijze kan de werkgever voorkomen dat hij de werknemer ten onrechte - en op basis van onjuist gebleken verdenkingen - op staande voet zou ontslaan.
Het Hof Leeuwarden heeft in een zaak - waarbij het bovenstaande speelde - geoordeeld dat het enkele feit dat de werknemer eerst in november op staande voet is ontslagen, terwijl al in juli verdenking is gerezen van fraude, dan ook niet betekent dat het ontslag op staande voet niet onverwijld zou zijn gegeven. Van belang hierbij was dat de werkgever een recherchebureau de opdracht had gegeven om onderzoek te verrichten naar mogelijke fraudepraktijken van de werknemer. Gesteld noch gebleken is dat het recherchebureau bij de uitvoering van die opdracht niet met de nodige voortvarendheid te werk is gegaan.
< vorige terug







