Op grond van de kantonrechterrichtlijnen ten aanzien van ontslagvergoedingen zal een rechter in principe de ontslagvergoeding vaststellen conform hetgeen is bepaald in het sociaal plan, omgeacht of de kantonrechtersformule tot een andere uitkomst zou leiden. Hierbij is wel vereist dat het sociaal plan is overeengekomen met vakbonden en dus niet door de werkgever eenzijdig is vastgesteld. Slechts in het uitzonderlijke geval dat onverkorte toepassing van het sociaal plan tot een evident onbillijke uitkomst zou leiden voor een bepaalde werknemer, zal de kantonrechter bij het vaststellen van de ontslagvergoeding van het sociaal plan afwijken en de kantonrechtersformule toepassen.
In de onderhavige zaak oordeelde de kantonrechter Amsterdam dat het sociaal plan voor de Grafimedia sector onvoldoende rekening hield met de situatie van de betreffende werknemer. De werknemer was namelijk al 42 jaar in dienst bij de werkgever, had een hoge leeftijd (58 jaar) en was zeer eenzijdig opgeleid. Hierdoor achtte de kantonrechter de kansen op het vinden van een nieuwe baan voor deze werknemer zeer klein. De kantonrechter kende de werknemer daarom een vergoeding van EUR 125.000 bruto toe.
Opmerkelijk is dat er recentelijk meerdere uitspraken zijn geweest van rechters waarin is geoordeeld dat de toepassing van het sociaal plan voor de Grafimedia sector tot een evident onbillijke uitkomst leidt. Het gaat hier met name om werknemers die een hoge leeftijd en een lang dienstverband hebben.
Werkgevers en werknemers dienen zich ervan bewust te zijn dat een rechter kan afwijken van een sociaal plan en dat uitzonderlijke gevallen een afvloeiingsregeling op maat vereisen.
< vorige terug volgende >









