Indien een werkgever een reorganisatie doorvoert moet hij bij de afvloeiing van het personeel binnen de categorieën uitwisselbare functies het afspiegelingsbeginsel hanteren. Dit betekent dat aan de hand van een indeling in leeftijdsgroepen wordt bepaald in welke volgorde werknemers voor ontslag in aanmerking komen. Afwijking van dit beginsel is slechts in een beperkt aantal gevallen mogelijk. Eén van die gevallen betreft de situatie dat de werkgever aantoont dat een voor ontslag in aanmerking komende werknemer onmisbaar is voor de onderneming.
In verband met de strikte voorwaarden die werden gesteld aan het opgerekte onmisbaarheidscriterium werd de regeling in de praktijk weinig gezien als een positieve maatregel voor werkgevers. Zo moest de werkgever een duidelijk en bestendig beleid voeren waaruit blijkt dat aan werknemers eisen worden gesteld voor wat betreft het verwerven van kennis en bekwaamheden. En daarnaast moest de werkgever aannemelijk maken dat de werknemer waarvoor een beroep op het onmisbaarheidscriterium wordt gedaan daadwerkelijk beschikt over de kennis en vaardigheden die zo belangrijk zijn dat hij onmisbaar is. Cijfers bevestigen dat de tijdelijke regeling weinig (succesvol) is ingeroepen: in de periode van 1 augustus 2009 tot en met 31 juli 2011 is in totaal 84 keer een beroep op het verruimde onmisbaarheidscriterium gedaan, waarvan slechts 27 gevallen zijn gehonoreerd en 52 gevallen niet zijn gehonoreerd. In 5 gevallen is het ontslagverzoek ingetrokken of niet in behandeling genomen.
Vanaf 1 oktober 2011 geldt derhalve weer het oude onmisbaarheidscriterium.
Bron: Min SZW 21-09-2011, AV/AR/2011/16878
< vorige terug volgende >









