Het wetsvoorstel van minister Donner strekt ertoe de door de kantonrechter bij de ontbinding van een arbeidsovereenkomst toe te kennen vergoeding voor werknemers met een jaarsalaris vanaf 75.000 euro te beperken tot dat bedrag, tenzij dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.
De Raad van State heeft vernietigend gereageerd op dit wetsvoorstel. Zo vraagt de Raad zich onder meer af waarom de nieuwe kantonrechtersformule niet toereikend is voor de door de regering gewenste kostenbeheersing. Ook wijst de Raad op de ongelijkheid die zal ontstaan in ontslagvergoedingen van ontslagen werknemers (net) onder en boven de inkomensgrens van 75.000 euro. Zo kan een werknemer met een jaarinkomen van 74.999 in aanmerking komen voor een ontslagvergoeding die een veelvoud bedraagt van het voorgestelde maximum voor werknemers die een jaarsalaris hebben van (meer dan) 75.000 euro. Onder meer op grond hiervan adviseert de Raad het wetsvoorstel te heroverwegen.
De Raad heeft bezwaar tegen de inhoud van het wetsvoorstel en adviseert het voorstel niet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
Donner concludeert dat de regering de conclusie van de Raad van State niet deelt en geen aanleiding ziet om het wetsvoorstel te heroverwegen. Donner negeert aldus het negatieve advies van de Raad en dient het wetsvoorstel in bij de Tweede Kamer.
Klik hier voor de integrale tekst van het advies van de Raad van State en de reactie van minister Donner hierop.
< vorige terug volgende >







